Korte Geschiedenis van Cranio Sacraal Therapie 

De craniale osteopathie van William Sutherland (1873-1953)

Begin 20ste eeuw ontdekte de Amerikaanse osteopathie-student William Sutherland (1873- 1954), dat de schedelbeenderen konden bewegen. Sutherland vergeleek de schedelbotten met de schubben van een vis. Ze konden als het ware ademen. Om zijn theorie verder te bewijzen deed hij verschillende experimenten. Hij zette houten helmen op en hij bond riemen om zijn hoofd om de bewegingen van de schedelbotten te verhinderen. Het gevolg was dat hij last kreeg van klachten als hoofdpijn en spijsverteringsstoornissen, waarmee hij bewees dat de schedelbotten daadwerkelijk bewogen. Hij breidde zijn onderzoek uit door ook de hersenen, het ruggenmerg, het vlies rondom het centrale zenuwstelsel (duramembraan), het cerebrospinaal vocht en het heiligbeen onder de loep te nemen. Hij ontdekte dat deze allemaal een ritmische beweging voortbrachten. Hij noemde deze beweging de ‘Breath of life’. Sutherlands nieuwe benadering van de osteopathie werd craniale osteopathie genoemd.

 

De Cranio-Sacraal therapie van John Upledger (1933-2012)

In de jaren ‘70 assisteerde John Upledger bij een operatie, waarbij hij het duramembraan stil moest houden, maar het membraan bleef maar ritmisch kloppen. Het ritme kwam echter niet overeen met het hartritme of de ademhaling. Hij ontdekte dat het cerebrospinaal vocht een eigen ritme had. Upledger verdiepte zich vervolgens in de ideeën van Sutherland en ontwikkelde op basis hiervan de Cranio Sacraal Therapie. ‘Cranio’ is Latijn voor ‘schedel’ en ‘sacraal’ staat voor ‘heiligbeen’. Binnen de schedel en de wervelkolom, waarvan het heiligbeen het grootste bot is, ligt het cranio-sacraal systeem. Hiertoe behoren ook de hersenen, het ruggenmerg, het duramembraan en het cerebrospinaal vocht. Het cerebrospinaal vocht golft als het ware door het cranio-sacraal systeem, hierdoor ontstaat een ritmische beweging in het hersenvlies waardoor ook de schedelbotten bewegen. Deze ritmische beweging wordt het cranio-sacraal ritme genoemd.

 

John Upleder heeft zelf vele leerlingen gehad, van over de hele wereld.

Zijn boeken zijn in vele talen vertaald. Cranio Sacraal Therapie begint voeten aan de grond te krijgen.

Er ontstaan nu verschillende scholen. Een bekende stroming is die van de biodynamische Cranio Sacraal Therapie. O.a. vertegenwoordigt door 

Franklyn Sills (°1947) die de biodynamische cranio verfijnde. De nadruk ligt bij hem op de mid-tide en de details van de re-organisatie van de weefsels. Sills heeft naast een cranio-sacrale scholing ook les gehad van Randolph Stone, die de polariteitstherapie heeft ontwikkeld. De kennis hierbij opgedaan, integreert Sills in de Cranio Sacrale Therapie.

Iemand die verder is gegaan mét behoud van de SER, is Etienne Peirsman. Van oorsprong Belg, de eerste beginselen van de Cranio in India lerend, en uiteindelijk bij Upledger opgeleid.

 

Etienne Peirsman (°1947)

De eerste principes van de Cranio Sacraal Therapie heeft hij in Poona geleerd van Bhadrena. Daarna heeft hij de advanced classes gedaan bij Upledger in Amerika. 

Hij was oprichter en hoofddocent van de Belgian Cranio Sacral and Meditation Society (1995).

Hij verzorgde als hoofddocent de ‘Cranio Sacraalopleiding voor iedereen’ bij OSHO Multiversity te Amsterdam. In 2009 richt hij de PCSA te Amsterdam en België op.

 

Waar zijn voorgangers de voorkeur gaven en de veiligheid zochten in het snelle CRI (Cranial Rythmic Impuls) of the midtide, voelt Peirsman zich volstrekt op zijn gemak in de longtide. Sterker nog, het is het meest natuurlijke ritme dat hij kan voelen. In de longtide verlies je de mogelijkheid om sturing of richting te geven aan het helingsproces, maar laat je het volledig over aan het grote weten buiten jezelf. Aan de zelfregulerende mechanismes. Ook voor de behandelaar is het een vorm van overgave geworden.

De longtide staat in verbinding met het zielenstuk in ons. Met het werken in de longtide heeft de SER toegang gekregen tot een andere ruimte en een nieuwe diepgang gekregen. Het praten met de cellen is behouden gebleven en daar wordt veelvuldig gebruik van gemaakt. Het uitleggen van de biologie van het menselijk lichaam blijkt een goed alternatief voor het doorleven van emoties. Al met al is Peirsman in staat gebleken het metafysische met het aardse te verbinden.